Gezamenlijk initiatief van werkgevers en werknemers in de pluimveeindustrie

Cao Pluimveeverwerkende Industrie

Meer informatie

Opleiden van medewerkers

Meer informatie

Arbocatalogus

Meer informatie
RVU-regeling voor medewerkers Pluimveeverwerkende Industrie

Over Sociale Zaken Pluimvee

Sociale Zaken Pluimvee is een gezamenlijk initiatief van de werkgeversorganisatie NEPLUVI en werknemersorganisaties FNV en CNV Vakmensen. Vanuit Sociale Zaken Pluimvee wordt gewerkt aan gezond, veilig en eerlijk werk in de pluimveeverwerkende industrie. Een cao met nette arbeidsvoorwaarden vormt de basis van het sociale beleid. Vanuit Sociale Zaken Pluimvee worden eveneens de uitgangspunten voor de sociale zekerheden vastgesteld, gezonde en veilige arbeidsomstandigheden geborgd en verschillende scholingsinitiatieven financieel ondersteund.

Meer over ons

Nieuws

Bekijk alle nieuwsberichten

Aanmelden ‘oude’ dispensatieverzoeken voor 1 maart 2024

Lees meer

Premiecirculaire 2024

Lees meer

Wijzigingen WML per 1 januari 2024 – nieuwe loontabellen

Lees meer

Nieuwsbrief Arbocatalogus

Lees meer

Veelgestelde vragen

Als uitvloeisel van het Nationaal Pensioenakkoord kunnen bepaalde werknemers in de Pluimveeverwerkende Industrie maximaal 3 jaar en minimaal 6 maanden voor hun AOW-datum een beroep doen op de RVU-regeling en zo eerder stoppen met werken.

De werknemer krijgt maximaal 3 jaar lang, tot aan de AOW-datum, een maandelijkse RVU-uitkering (ter hoogte van de AOW-uitkering). De werknemer moet stoppen met werken. Vanaf 1 januari 2022 is de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) formeel van kracht en kunnen medewerkers zich aanmelden. De eerste uitkeringen kunnen vanaf 1 april 2022 worden gedaan.

Werknemers kunnen deelnemen aan de RVU-regeling als zij voldoen aan de volgende
voorwaarden:

  • Je bent geboren bent in de periode vanaf 1 oktober 1955 tot en met 30 september 1961 en;
  • Je direct voor deelname aan de regeling tenminste 10 jaar onafgebroken bij een werkgever in de
    sector in Dienst bent én
  • Je werkt in ploegendienst óf
  • Je werkt in een dagdienst in een productiefunctie en bent ingedeeld in loonschaal I tot en met V.

Klik hier voor de lijst met functies.

Pas als je een voorlopige verklaring hebt gekregen, zeg je je baan op.

Binnen 6 weken stuur je de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst én een door de werkgever getekende ontvangstbevestiging aan de uitvoeringsinstantie WWplus.

Als alle documenten binnen zijn, wordt de voorlopige toekenning omgezet in een definitieve toekenning.

Daarna kan de RVU-uitkering op de afgesproken datum starten.

Ja dat kan, maar dan zal de RVU-uitkering naar rato worden berekend.

Ja dat kan.

Voor de toepassing van de RVU-uitkering wordt een werknemer die deelneemt aan een ‘80-97-100’ of ‘80-98-100’ aangemerkt als een werknemer met een voltijds dienstverband.

Voor de toepassing van deze regeling wordt een werknemer met een parttime dienstverband die deelneemt aan een ‘80-97-100’ of ‘80-98-100’ regeling aangemerkt als een werknemer met een parttime dienstverband.

Ja, je moet volledig stoppen met de huidige dienstbetrekking in een zwaar werk.

Je mag opnieuw gaan werken in een andere functie, maar niet meer in een zwaar beroep.

Vrijwilligerswerk is toegestaan en heeft geen gevolgen voor je RVU-uitkering.

Als een werknemer volledig en blijvend arbeidsongeschikt is, kan er niet worden deelgenomen aan de RVU (IVA-uitkering).

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan dit wel (WGA-uitkering). De hoogte van de uitkering is dan naar rato van de arbeidsgeschiktheid. De medewerker moet voldoen aan de voorwaarden voor de RVU-uitkering.

Nee, de werknemer beslist zelf of hij wil deelnemen aan de RVU-regeling.

Bij de definitieve aanvraag van de RVU-uitkering dient de werkgever een standaard bevestigingsformulier in te vullen en te ondertekenen over de uitdiensttreding van de werknemer.

Dat kan uiteraard.

Je kiest zelf of je er gebruik van wil maken en voor hoe lang (met een maximum van 3 jaar en een minimum van 6 maanden). Houd er rekening mee dat later gebruik maken van de regeling niet leidt tot het betalen van een hoger bedrag. De bruto maandelijkse uitkering van de RVU-regeling blijft gelijk.

Let op: alleen voor de medewerker die op eigen verzoek kiest korter dan de voor hem geldende wettelijke periode deel te nemen aan de regeling geldt de minimale duur van 6 maanden. Als de wettelijke periode korter is, dan geldt de minimale duur niet.

Voorbeeld: Jan is geboren op 1 december 1955. Zijn AOW-datum is 1 juli 2022. Als hij deelneemt aan de RVU-regeling kan hij maar 3 maanden meedoen. Voor Jan geldt de minimale duur van 6 maanden niet.

Medewerkers kunnen zich aanmelden bij het bedrijf WWplus, die de regeling namens de Stichting RVU uitvoert. Om je aan te melden ga naar de pagina RVU-regeling op de website szpluimvee.nl. Hier staat een knop ‘aanvragen’.

Je komt nu op het digitale aanvraagformulier van WWplus. Op het webformulier vul je de gegevens voor de toets in. De brief van SZ Pluimvee en een loonstrook stuur je mee met je aanvraag.

Heb je geen computer? Bel dan: 088 60 55 170 en vraag een papieren formulier aan.

Minimaal 3 maanden en maximaal 6 maanden voordat je uit dienst wilt treden.

Nee, de werknemer moet eerst laten toetsen of hij voldoet aan de voorwaarden voor de RVU-uitkering.

Als de werknemer voldoet aan de voorwaarden ontvangt hij schriftelijk een voorwaardelijk verklaring van WWplus voor deelname aan de RVU.

Pas daarna dient de werknemer zijn baan op te zeggen.

Uiterlijk 30 september 2025 is de laatste mogelijkheid om je aan te melden voor deelname. De laatste RVU-uitkering mag niet later plaatsvinden dan 31 december 2028.

Nadat je, digitaal of schriftelijk, een aanvraag voor een toets hebt ingediend ontvang je binnen 6 weken een beslissing.

Je ontvangt dan een schriftelijke bevestiging van een voorwaardelijke toekenning van de RVU-uitkering.

Het enige wat je dan nog moet doen is binnen 6 weken de schriftelijke opzegging van je arbeidsovereenkomst en de bevestiging hiervan van de werkgever aan de WWplus doorgeven.

Daarna wordt het omgezet in een definitieve toekenning.

De RVU-uitkering is in 2024 bruto € 2.182,- per maand. Dit is inclusief vakantietoeslag. Werkt de medewerker minder dan 40 uur per week? Dan krijgt hij/zij een uitkering naar rato van het deeltijdpercentage.

De hoogte van de RVU-uitkering wordt ieder jaar wettelijk bijgesteld aan de hand van de wijzigingen in de hoogte van de AOW-uitkering.

Nee, zodra een medewerker uit dienst gaat, stopt de opbouw van pensioen.

Na definitieve toekenning van de RVU-uitkering wordt de RVU-uitkering uitbetaald in de eerste maand na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Cao-partijen hebben het bedrijf WWplus gevraagd om de aanvragen af te handelen, de uitbetalingen te doen en de periodieke overzichten aan de deelnemers te verstrekken.

Uitkeringsgerechtigden krijgen toegang tot het portaal, waarin de uitkeringsspecificaties en jaaropgaven staan.

Ja, het is mogelijk om alvast een stukje pensioen te laten ingaan.

Dat was al mogelijk, maar was voor de VLEP-deelnemer een stuk duurder, omdat er nog geen regeling was, waarin er een fors RVU-basisbedrag werd ontvangen.

Met de RVU-regeling is dus minder vervroegd pensioen nodig om samen met de RVU-uitkering voor een redelijk inkomen te zorgen.

Voor de exacte berekeningen kan men terecht bij de pensioenconsulent van het pensioenfonds VLEP. Maak een afspraak via 088-116 30 72 (iedere werkdag bereikbaar tussen 8.30 en 17.00 uur) of via info@vlep.nl

Nee, samenloop van de RVU-uitkering met een WW-uitkering is niet mogelijk.

Bij de belastingaangifte moet WWplus aangeven dat er sprake is van een RVU-uitkering. Daarnaast houdt het UWV een overzicht bij van cao’s waarin afspraken over RVU zijn gemaakt.

Nee, er wordt niet apart een bedrag voor vakantiebijslag uitgekeerd.

Er is geen recht op een aparte overlijdensuitkering als de deelnemer aan de RVU-regeling overlijdt.

Wel is afgesproken dat de RVU-uitkering nog 3 maanden na overlijden wordt uitgekeerd als de laatste termijn van de uitkering niet binnen die 3 maanden valt.

Cao-partijen hebben afgesproken om een extra bedrijfstakheffing te doen, die alle bedrijven betalen om de regeling te financieren.

Werkgevers betalen een premie aan de Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor de Pluimveeverwerkende Industrie. De hoogte van deze premie is een percentage van de bruto loonsom en zal over de jaren 2022 tot en met 2028 gemiddeld uitkomen op maximaal 0,4% van de bruto loonsom per jaar. De premie voor 2024 is vastgesteld op 0,4% van de loonsom.

Op de dag dat de RVU-deelnemer een AOW-uitkering gaat ontvangen, stopt de RVU-uitkering.

De RVU-uitkering stopt eerder als de RVU-deelnemer voor de AOW-datum overlijdt of weer gaat werken in een zwaar beroep. Eventueel uitgekeerde bedragen zullen dan met terugwerkende kracht worden teruggevorderd.

Dan wordt de RVU-uitkering gestopt.

Als de deelnemer niet of te laat bij de stichting RVU Pluimveeverwerkende Industrie heeft gemeld dat hij weer werkt in een zwaar beroep dan zullen onverschuldigd betaalde RVU-uitkeringen worden teruggevorderd.

Er zit een limiet aan het aantal aanmeldingen.

Is die limiet bereikt dan zal tussentijds de regeling worden gesloten voor nieuwe aanmeldingen.

Als er meteen vanaf de start veel aanmeldingen zijn, dan kan er besloten worden om de regeling tijdelijk te sluiten totdat er weer voldoende financiering is.

Er zal dan een wachtlijst worden gemaakt op volgorde van binnenkomst.

Er zal een indicatie worden gegeven over de te verwachten duur van de wachttijd.

Dit heeft geen gevolgen voor de mensen die al een RVU-uitkering ontvangen.

Aan de werkgever is de verplichting om uiterlijk 2 maanden voordat van de regeling gebruik kan worden gemaakt, de werknemer hierover te informeren. Een werknemer kan ook aan de werkgever kenbaar maken gebruik te willen maken van de regeling. Een werknemer maakt zijn keuze zo spoedig mogelijk duidelijk aan de werkgever

Nee, dat is niet mogelijk. Een alternatief is om in deeltijd te gaan werken. Een latere ingangsdatum is wel mogelijk.

Nee, de regeling is op vrijwillige basis. Als er geen gebruik wordt gemaakt van de regeling, blijft de situatie om 100% te werken, 100% loon en 100% pensioenopbouw. Daarbij is het goed om aan te geven, dat er voor ouderen geen verlofdagen meer zijn en tot de AOW-gerechtigde leeftijd er full time gewerkt wordt.

De ouderendagen zijn de leeftijdsdagen (uren): van 52 tot en met 56 jaar 16 uren, van 57 tot en met 61 jaar 40 uren en vanaf 62 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd 48 uren.

De extra roostervrije tijd 57 tot en met 59,5 jaar 16 uren, van 59,5 tot en met 60 jaar 32 uren en vanaf 61 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd 160 uren.

De leeftijdsdagen worden per 1 januari 2020 niet langer toegekend. De regeling wordt bevroren, dat wil zeggen, dat werknemers die op grond van hun leeftijd al dagen tegoed hebben per 2019, deze dagen in de toekomst behouden tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Er worden geen extra dagen meer toegekend.

Een uitzondering hierop geldt voor de werknemers geboren voor 1970 die de oude regeling blijven volgen. Zij behouden de ouderendagen.

De verlofopbouw blijft bij de oude en de nieuwe regeling ongewijzigd intact. Een ander loon heeft geen gevolgen voor de rechten op verlofopbouw.

De regeling is per 1 januari 2020 bevroren en er worden geen extra dagen meer toegekend. Dagen die al zijn opgebouwd en toegekend naar de situatie per 31 december 2019 blijven van kracht.

Ja. Deelname heeft geen effect op deze regeling. Verkoop van verlof geldt alleen voor verlof dat resteert en als bovenwettelijk verlof wordt aangemerkt.

Nee, de opbouw en premie blijft bij deelname aan de nieuwe regeling over 100% van het oorspronkelijke pensioengevend loon. Hierbij geldt bij verkoop van ADV-dagen het reguliere loon en dienen de verkochte ADV-dagen te worden teruggekocht.

Ja. De verhouding tussen het werkgevers- en het werknemersaandeel in de premie wijzigt niet.

Ja, de regeling geldt voor alle werknemers, zoals alle regelingen in de cao (tenzij anders aangegeven) en geldt deelname naar rato van de werktijd. Dit geldt eveneens voor het toe te kennen persoonlijk budget.

Het salaris van een parttimer wordt eveneens naar rato berekend.

Deze werknemer heeft naar rato recht op een kortere werkweek. Op welke wijze dit wordt ingevoerd is in goed onderling overleg. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld om een dag minder te werken als er voldoende uren zijn opgebouwd of verkorten van de dagelijkse werktijd.

In de cao Pluimveeverwerkende Industrie 2020-2021 is afgesproken dat voor alle medewerkers een persoonlijk budget beschikbaar is, met uitzondering van de medewerkers die gekozen hebben voor de overgangsregeling voor oudere medewerkers (bijlage 5 van de cao). Dit budget kan gebruikt worden voor leeractiviteiten, waarmee de medewerker zijn positie op de arbeidsmarkt kan versterken. Dit budget is voor iedere medewerker gelijk en wordt naar rato van de arbeidsduur toegekend. De werkgever vermeldt het voor de medewerker beschikbare budget op zijn salarisstrook. Het budget mag tot maximaal vijf jaar, te rekenen vanaf het moment dat het door de werkgever ter beschikking is gesteld, blijven staan. Als de medewerker het budget niet tijdig gebruikt, vervalt het.

De hoogte van het persoonlijk budget is in 2020 vastgesteld op € 160,- bruto per jaar. Het budget wordt steeds verhoogd met dezelfde verhoging als waarmee de salarisschalen worden verhoogd. Dat betekent dat de hoogte van het persoonlijk budget per 1 juli 2021 € 163,20 bruto per jaar bedroeg. Per 1 juli 2022 is het persoonlijk budget wederom verhoogd en bedraagt € 166,47 bruto per jaar.

Het budget is bedoeld voor persoonlijke ontwikkeling, dat voor scholing kan worden aangewend. Mocht u het budget niet aanwenden voor scholing, dan is er een mogelijkheid om het bedrag aan te wenden voor (zorg)verlof.

Nee, maar de afspraken over deelname aan de regeling worden wel schriftelijk vastgelegd. Dan zijn ze voor ieder duidelijk. Deze afspraken dienen door werkgever en werknemer te worden ondertekend.

Wordt aan de regeling deelnegenomen, dan kan eveneens sprake zijn van overwerk. Doelstelling is echter om wekelijks minder te werken. Bij meer uren geldt de overwerktoeslag niet over de eerste 40 uren per week.

In de weken waarin een feestdag op een werkdag valt, is bij deelname aan de regeling de feestdag in die week de wekelijkse dag waarop niet wordt gewerkt en waarop dus de vrije dag valt.

Ja. De regeling geldt voor alle werknemers die in dienst zijn van een bedrijf waarop de cao
pluimveeverwerkende industrie van toepassing is.

Voor alle werknemers, dus ook de werknemers vanaf 58-jarige leeftijd, die na 1 januari 2020 instromen in de sector, geldt de nieuwe regeling duurzame inzetbaarheid.

Ook hierin verandert niets. Als je ziek bent op een ingeroosterde vrije dag komt deze dag te vervallen en heb je geen extra rechten.

Voor premieberekeningen wordt het daadwerkelijke loon aangehouden (bij deelname 97% of 98%).

Bij ziekte is voor de berekening van de uitkering het daadwerkelijke loon van toepassing (bij deelname 97% of 98%).

In principe worden de dagen wekelijks roulerend opgenomen van maandag tot en met vrijdag. In onderling overleg kan een andere toepassing worden gehanteerd. Bij feestdagen is er voor deelnemers geen aanspraak op een extra vrije dag.

In een verlengd dienstrooster wordt er 4 dagen per week gewerkt.

Als u wilt deelnemen aan de nieuwe regeling, kan deze situatie in goed overleg tussen werkgever en werknemer worden besproken. De nieuwe regeling kent een kortere werkweek. In een rooster van 4 x 9,5 uur is hiervan al sprake. Mogelijkheden zijn om de verlofuren op te sparen tot er een hele dag is om verlof te kunnen nemen of is een kortere werkdag een optie. Dit hangt mede af van de mogelijkheden en roosters binnen het bedrijf.

Hiervoor wordt tussen werkgever en werknemer in goed onderling overleg naar een oplossing gezocht.

Er zijn meerdere mogelijkheden. In alle gevallen geldt als uitgangspunt een werkweek van 40 uur en 16 ADV-dagen op jaarbasis, waarbij er een 100% pensioenopbouw geldt van het salaris op basis van fulltime.

a. Een medewerker met een contract van 40 uur zonder ADV dagen in tijd (gebruik makend van verkoop van 120 uur op jaarbasis)
Deze medewerker moet 120 uren ADV in geld omzetten in tijd: dat betekent inlevering van salaris ofwel terugkopen van verlof.
Zijn basissalaris gaat dus terug naar 100 %. Dat wordt zijn nieuwe pensioengevende salaris. Daarnaast levert de medewerker dan 2 of 3 % in, afhankelijk van de regeling waarvoor iemand kiest.
Per saldo levert de medewerker dan meer salaris in dan de eerder genoemde 2 of 3%.

b. Een medewerker met een contract van 38 uur per week in 5 dagen
Deze medewerker heeft van de standaard 128 uur nog 35,6 uur ADV in tijd beschikbaar. De andere uren zijn ingeroosterd in zijn week en moeten dus weer beschikbaar gemaakt worden in tijd.
Dit gebeurt volgens dezelfde methodiek als genoemd onder punt a. Het aantal dagen kan, afhankelijk van eerdere keuzes, anders zijn.

c. Een medewerker met een contract van 4 dagen 38 uur per week
Als een werknemer die al in een vierdaags werkrooster is ingedeeld, kan er op specifiek verzoek worden gekeken naar een driedaags rooster van 9,5 uur. Deze berekening wordt eveneens gemaakt conform de uitgangspunten genoemd onder punt a.

Overwerk doet geen recht aan deelnemers in de nieuwe regeling duurzame inzetbaarheid en wordt ontraden. Mocht meerwerk c.q. overwerk wel aan de orde zijn, kan dit alleen op vrijwillige basis van de medewerker.

Advies van het Georganiseerd Overleg is om meeruren c.q. overwerk alleen te compenseren in tijd voor tijd uren.

In sommige gevallen hebben medewerkers een contract op fulltime basis van 38 uur, terwijl zij op basis van een 40-urige werkweek worden uitbetaald. In dit geval worden ADV dagen ingezet om de 38-urige werkweek te realiseren.

In deze situatie wordt verwezen naar de vraag ‘Verschillende dienstroosters, hoe werkt dit in de praktijk?’, sub b.

Een oudere medewerker (≥ 58) stroomt nieuw in de sector in op het minimumloon. Als deze medewerker gebruik wil maken van de regeling kan hij 4 dagen gaan werken tegen 97% respectievelijk 98% van het oorspronkelijke salaris.

Hiermee komt het basis uurloon onder het minimumloon. In voorkomend gevalwordt echter 100% van het WML betaald.

Als de medewerker in ploegendienst werkt heeft hij recht op een toeslag op zijn salaris. Voor het werk in de ochtend- of middagploeg heeft hij recht op een toeslag van 12,5% op zijn salaris. Voor het werk in de nachtploeg heeft hij recht op een toeslag van 30% op zijn salaris (artikel 39 cao).

Ook bij gebruikmaking van de nieuwe regeling geldt de ploegentoeslag op basis van de te werken
dienst.

Staat jouw vraag er niet tussen? We helpen je graag verder.

Neem contact met ons op